{$excerpt:n}

Captatie

Een eerste belangrijke component van het regenwatersysteem
is het ontvangende dakoppervlak. De meeste daken kunnen worden gebruikt om
hemelwater op te vangen, maar de daken die de kwaliteit van het hemelwater dat
erop vloeit het minst beïnvloeden, zijn het meest geschikt. En dat hangt af van
het type dakbedekking.

De meeste courante afwerkingsmaterialen (betonnen of
kleidakpannen, natuurleien, zink, roestvrijstaal en glas) zijn hiervoor zeer
geschikt. Voor de dakgoten en afvoerpijpen komen zink, roestvrijstaal,
gegalvaniseerd staal, pvc en andere kunststoffen in aanmerking. Daken afgewerkt
met koper, lood en aluminium zijn te vermijden, aangezien die materialen
oplossen in het regenwater en giftig zijn voor de mens. Ook houten afwerkingen
zijn af te raden omdat door het oplossen van oliën het hemelwater verkleurt. Het
ruwe oppervlak houdt ook een groter aandeel van het hemelwater op het dak vast,
dat zal verdampen.

Ook bij platte daken gaat door waterstagnatie (plasvorming) en verdamping meer water verloren. Bitumineuze membranen kunnen kleur of geuren aan het water afgeven en ook giftige koolwaterstoffen vrijgeven in het water, maar bepaalde synthetische dichtingsmembranen (EPDM, pvc, TPO…) zouden de eigenschappen van het hemelwater ongewijzigd laten.

Stockage

Voor de stockage van hemelwater is een ondergrondse
betonnen put ideaal. Voor een goede ‘bewaring’ moet de temperatuur van het
water constant blijven, de pH neutraal zijn en het water een kleine hoeveelheid
(ongeveer 50 mg/l) opgeloste minerale zouten bevatten. Om de ontwikkeling van
algen tegen te gaan, kan er best geen daglicht bij.

In betonnen putten (of eventueel in kalksteen of
metselwerk) reageren de zure substanties in het hemelwater met de basische
stoffen van de regenput, waardoor de minerale zouten in het water worden opgelost.
Tijdens dit proces wordt de pH neutraal. Waar water dat op het dak valt dus
zuur is en zeer weinig minerale zouten bevat, is het water in een betonnen tank
neutraal en licht gemineraliseerd. Dat voordeel gaat verloren in een kunststof reservoir.
Je zou in dit geval kalkzandsteen op de bodem kunnen leggen.

Ondanks het plaatsen van filters en bladvangers vóór de hemelwaterput, vinden kleine vuildeeltjes nog steeds hun weg naar de put, waar ze op termijn een sliblaag vormen op de bodem. Het is dus belangrijk dat je de put nog kan reinigen. Afhankelijk van de situatie (bosrijke omgeving…) zal dat meer of minder moeten gebeuren. Installeer je twee kleinere putten, dan heb je als voordeel dat je bij het reinigen de helft van het water kan behouden (verpompen van de ene put naar de andere). In normale omstandigheden worden beide putten bijvoorbeeld verbonden met een hevelsysteem, waardoor het volledige volume kan worden benut.

Verpompen

Om het hemelwater te kunnen gebruiken, moet het opgepompt worden. Dat impliceert dus ook de installatie van een pompsysteem. Dat kan bijvoorbeeld met een hydrofoorgroep in een kelder of berging of met een dompelpomp in de put zelf. Het water wordt best met behulp van een vlotter aangezogen op een tiental centimeter onder het wateroppervlak.

Nafiltering

Na de pomp wordt nog een fijnfiltering voorzien, die
de kleinere vuildeeltjes uit het water zuiveren. Voor de meeste toepassingen
volstaat de combinatie van een sedimentfilter (wasbaar) van 50 of 25 micron en
een filterelement met een doorlaatbaarheid van 10 micron.

Er bestaan ook systemen met actieve kool – dat geur en kleur neutraliseert, aangeraden wanneer je regenwater gebruikt voor je wasmachine of het toilet – en een doorlaatbaarheid van 5 micron en zelfs keramische filters met een doorlaatbaarheid kleiner dan 1 micron, die ook de meeste bacteriën tegenhouden. Door de kleine filteropeningen, zal het debiet in deze gevallen wel substantieel verminderen. In bepaalde gevallen kan ook omgekeerde osmose aangewezen zijn.

Tekst Ben Weyns

The post De opbouw van een regenwaterinstallatie appeared first on Ik ga bouwen.