{$excerpt:n}

De vervallen woning kende de typische configuratie van herenhuizen uit die periode: het gelijkvloers lag iets hoger dan het straatniveau en het niveauverschil met de tuin liep verder op. Enkel de kelder sloot aan op de buitenruimte. De nieuwe eigenaars wilden daar onmiddellijk komaf mee maken en planden de belangrijkste leefruimtes in op het tuinniveau, zodat ze volop zouden kunnen genieten van het groen.

Die initiële keuze haalde de oorspronkelijke indeling van het huis helemaal overhoop en bepaalde de krachtlijnen van de renovatie. Voortaan dalen de bezoekers dus af naar de leefruimte, in plaats van naar boven, zoals in traditionele bel-etagewoningen.

Centrale vide

De leefruimtes onderbrengen op het tuinniveau ging echter niet zomaar. De hoogte onder het plafond was onvoldoende. Het kelderplafond moest er dus aan geloven. Door de vloer tussen de kelder en het gelijkvloers in het midden en achteraan de woning weg te halen, creërde de architect een enorm open volume over een hoogte van zowat 7 meter. Keuken en eetkamer verhuisden naar de tuinzijde, de zithoek kwam centraal te zitten.

Op de verdieping hebben enkele nieuwe ruimtes via de grote vide zicht op de leefruimte beneden. Zo loopt een brede bibliotheekgang (op de plaats van de vroegere keuken) uit in een knusse zithoek die boven de eetkamer werd ingericht.

De ruimte sculpteren

“Eigenlijk behielden we de buitenste bouwschil en ‘sculpteerden’ we binnenin de hele achterkant van het huis”, verduidelijkt architect Stephan Damsin. “De volumes bestonden, maar ze werden bijgeschaafd om vorm te geven aan nieuwe, gulle ruimtes met een open karakter.”

 

Ontwerp Ouest architecture

 

Tekst Marie Delooz
Foto’s Laurent Brandajs

De volledige reportage kan je lezen in Ik ga Bouwen nr. 424

The post In beeld: Ruimtelijke sculptuur appeared first on Ik ga bouwen.